Geschikt wonen voor ouderen: het belang van de woningcorporatie en de gemeente

18 Mei 2015

Er was de afgelopen weken weer veel te doen over ouderen en hun woning. Om te beginnen de ophef over de weigering van een gemeente om een traplift te plaatsten bij een man die al jaren in dezelfde woning (met trap) woont en daar graag wil blijven wonen. De gemeente spreekt hem aan op goed burgerschap: ‘Had hij niet eerder kunnen bedenken dat dit eraan zat te komen en had deze bewoner dus niet eerder moeten verhuizen naar een gelijkvloerse woning’. Tegelijkertijd berichtte de Telegraaf dat voorzien wordt dat er in 2018 een tekort van tenminste 40.000 seniorenwoningen zijn in Nederland.

Een recente uitgave van de woonmonitor 2015 (een uitgave van “bureauvijftig” en het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen & Zorg) geeft een aardig inzicht in de woonwensen en verlangens van de ouderen. Als voetnoot bij deze uitgave merken wij op dan de 50+-er in deze woonmonitor wordt gezien als oudere, waarmee de totale groep op 6,3 miljoen personen telt. Dit vlakt de precieze omvang van een aantal trends waarschijnlijk behoorlijk af. Een ondergrens bij 65 jaar lijkt een logischer keuze.

Al met al kan geconcludeerd worden dat de ouderenhuisvesting in ieder geval op de agenda staat. Na alle paniek omtrent het dossier “scheiden van wonen en zorg” is de blik nu vooruit gericht en zoekt men naar oplossingen. Hierbij wordt nogal eens naar de landelijke overheid gekeken, maar daar gaat oplossing echt niet vandaan komen. Zij laat dit bij de markt onder het motto van de participatiemaatschappij. Uit de woonmonitor blijkt dat meer dan de helft van de 75+-ers alleen woont, en dat 56% van de 75+-ers niet negatief staat tegenover een verhuizing . De groep 75 +-ers betreft totaal ruim 1,3 miljoen personen. Als voor deze groep het juiste product zich aandient zal er zeker worden bewogen.

Beleggers zijn momenteel druk aan het instappen in de woningmarkt. Na eerder het middeldure segment te hebben ontdekt, gaan nu ook sociale huurwoningen over naar (buitenlandse) beleggers. Op de markt van ouderenwoningen zullen de beleggers zich wat terughoudender opstellen. Het duurdere segment kan zich verheugen in voldoende belangstelling. Voor de groep rond de sociale huurgrens zal een belegger het product van ouderenwoning als te ingewikkeld en specifiek ervaren. Het succes van die woningen zit hem namelijk deels in de sociale infrastructuur en daar wil een belegger over het algemeen niets mee te maken hebben.

Daarom is het zo vreemd dat de corporaties zich zo stil houden op dit vlak. Zij kennen het belang van de ondersteunende infrastructuur en zij kennen de klant. Die klant woont namelijk nu al in een van hun huizen. Bijna 40% van alle ouderen wil of kan maximaal 500 tot 750 euro aan totale woonlasten betalen: de doelgroep van de corporaties. Samen met de cijfers over vereenzaming , lijkt het logisch dat de woningcorporatie, onder aansporing van de gemeente, invulling gaat geven aan de behoefte van geclusterde ouderenwoningen.
Dit voorkomt dat er nog meer trapliftaanvragen afgewezen moeten worden. En dat er leegkomende verzorgingshuizen wachten op een herbestemming is dan een mooie bijkomstigheid.
Traplift
Download dit nieuwsbericht