Selecteer een pagina
  1. Home
  2.  » 
  3. Diensten
  4.  » Gemeenten: reken residueel aan grondprijzen!

Gemeenten: reken residueel aan grondprijzen!

Henno Hanselaar, planeconoom bij bbn adviseurs, legt in een blog bij Binnenlands Bestuur uit waarom gemeenten zichzelf soms tekort doen door een ‘algemene’ aanpassing van grondprijzen. Hieronder volgt een korte versie van het verhaal:

“Onlangs heeft Stec een onderzoek gepubliceerd naar de ontwikkeling van gemeentelijke grondprijzen. Hieruit komt naar voren dat de helft van de gemeenten de grondprijzen niet aanpast. De andere helft van de gemeenten verhoogt de grondprijzen vooral beperkt tot 2,5 procent. Vanuit mijn expertise als planeconoom lijkt dit, afhankelijk van het type woning, te weinig.”

Hoe werkt de residuele grondwaardeberekening?
“De residuele grondwaardeberekening is de meest gebruikte methode om tot marktconforme grondprijzen te komen. Bij deze methode wordt eerst gekeken naar de te verwachten opbrengsten/marktwaarde van het woningprogramma. Daarnaast worden alle te verwachten kosten in kaart gebracht: bouwkosten, bijkomende kosten (o.a. honoraria, leges, aansluitkosten en financieringskosten) en eventuele kosten voor het bouw- en woonrijp maken. Ook wordt rekening gehouden met algemene kosten en winst & risico van een marktpartij. Vervolgens worden de berekende kosten in mindering gebracht op de verwachte opbrengsten en resteert een bedrag dat voor de grond betaald kan worden.”

Lokale en projectspecifieke omstandigheden beïnvloeden de grondprijzen
“Door lokale en projectspecifieke omstandigheden kan de residuele grondwaarde aanzienlijk verschillen van een normatief bepaalde verwachting. Zuiver residueel gezien zouden de grondprijzen harder moeten stijgen dan de normatieve 2,5%. Gemeenten doen zichzelf tekort door een ‘algemene’ aanpassing van grondprijzen te hanteren en kunnen daardoor geld laten liggen.”

Lees hier het volledige blog in Binnenlands Bestuur.

Meer weten over het berekenen van de residuele grondwaarde? Neem contact op met Henno Hanselaar.

Deel deze pagina